Medicatie
De standaard: synthetisch
In de Richtlijnen staat vermeld dat levothyroxine (synthetisch T4) de standaardbehandeling is voor een trage schildklier. Daarom zal een reguliere arts bij een trage schildklier meestal alleen levothyroxine voorschrijven. Het voorschrijven van één schildklierhormoon heet ‘monotherapie’. Aan de hand van bloedonderzoek stelt de arts vervolgens in stappen van zes weken de juiste dosis in.
De volgende medicijnen zijn merknamen voor levothyroxine: Abdi, Aristo, Eltroxin, Euthyrox, Levothyroxine, Novothyral, Nycomed, Thyrax, Teva, Thyrofix en Tirosint.
Combinatietherapie
Op zich reageren de meeste mensen met een trage schildklier prima op levothyroxine. Maar de overige 10 à 15 procent van de gebruikers behoudt restklachten. Eén mogelijke oorzaak is dat hun lichaam het voorloperhormoon T4 niet goed omzet in het actieve hormoon T3.
Inmiddels is hier in de reguliere zorg gelukkig erkenning voor. Daarom bevelen de herziene Richtlijnen bij aanhoudende klachten (na zes maanden gebruik van synthetisch T4) ‘combinatietherapie’ aan. Dat wil zeggen, een combinatie van synthetisch T4 en synthetisch T3 (bijvoorbeeld Cytomel). Als er geen verbetering in de klachten optreedt, zet de arts na zes maanden de combinatietherapie stop.
T3 met vertraagde afgifte
Een veel gehoord bezwaar tegen combinatietherapie is dat het zeer lastig is om T3 te doseren. Dit heeft te maken met de zogenaamde ‘korte halfwaardetijd’ van T3. De halfwaardetijd is de tijd die voorbijgaat voordat het lichaam de helft van de werkzame stof heeft opgenomen. In de praktijk komt het erop neer dat T3 heel snel in het lichaam wordt opgenomen en snel uitgewerkt is. Daardoor lopen mensen die een combinatie van T4 en T3 gebruiken het risico dat ze eerst gaan ‘hyperen’ en daarna gaan ‘hypoën’. Daarom moeten ze de T3 verspreid over de dag innemen.
T3 met vertraagde afgifte kan dit probleem verhelpen. Dankzij de vertraagde afgifte kan iemand de T3 één keer per dag innemen en geeft het medicijn gedurende een etmaal kleine doses T3 aan het lichaam af. Voor zover bekend is T3 met vertraagde afgifte tot nu toe vooral op kleine schaal geproduceerd voor gebruik in dierproeven en – beperkt – in bevolkingsonderzoek. We hebben in de VS één apotheek gevonden die het bereidt. Er zijn ook gebruikers die T3 met vertraagde afgifte hebben geprobeerd, maar daarna toch weer zijn overgestapt op ‘gewoon T3’.
Onderzoek Erasmus Universiteit
In de herfst van 2022 is de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) gestart met een groot onderzoek naar combinatietherapie: de T3-4 Hypo Trial. Het streven is dat hier in totaal 600 mensen aan meedoen die als gevolg van de ziekte van Hashimoto een trage schildklier hebben.
Een deel van hen krijgt zowel synthetisch T4 als een lichte dosis synthetisch T3. Een ander deel – de zogeheten controlegroep – krijgt synthetisch T4 en een placebo (een niet-werkzaam medicijn). Loting bepaalt in welke groep een deelnemer terechtkomt. Deelnemers gaan in één jaar tijd zes keer naar het deelnemende ziekenhuis voor onderzoek.
Eind maart 2025 hadden zich 350 deelnemers gemeld.
Standpunt VGNS
Het is al sinds negentiende eeuw bekend dat combinatietherapie werkt. De VGNS pleit dan ook sterk voor het gebruik van een combinatie van T4 en T3 voor mensen met restklachten.
In het bijzonder streeft de VGNS naar erkenning en vergoeding van natuurlijk schildklierhormoon. Natuurlijk schildklierhormoon bevat zowel T4 als T3, in een vaste verhouding (T4:T3 = 4:1). Zie Een stukje geschiedenis om meer te lezen over het gebruik van natuurlijk schildklierhormoon in Nederland. Op deze pagina over Natuurlijk schildklierhormoon vind je praktische informatie over leveranciers, samenstelling, overstapprotocollen, kosten en – te zijner tijd – ervaringen van gebruikers.
T3-monotherapie
Er ligt een onderzoek ter beoordeling over monotherapie met T3 met vertraagde afgifte. Er is overigens een groeiende groep mensen met een trage schildklier die deze vorm van monotherapie al vele jaren met succes toepassen.
Natuurlijk schildklierhormoon
Jaarlijks leggen enkele tientallen mensen met een trage schildklier contact met de VGNS. Ze zijn niet tevreden over hun schildkliermedicatie en vragen zich af of natuurlijk schildklierhormoon iets voor hen is.
Hun ontevredenheid kan met de volgende redenen te maken hebben:
- ze reageren niet goed op de vulmiddelen in de levothyroxine;
- ze vinden het geen fijn idee om synthetisch hormoon te slikken.
- ze hebben ondanks het gebruik van levothyroxine nog verschillende restklachten;
We nemen de redenen stuk voor stuk kort door.
Vulmiddelen
Vulmiddelen of hulpstoffen helpen om de werkzame stof, levothyroxine, een bepaalde textuur en kleur te geven. Ook helpen ze voorkomen dat de werkzame stof verloren gaat in maagzuur.
Helaas kunnen de vulmiddelen bij sommige mensen allergische reacties opwekken. Als dit bij jou het geval is, is het de moeite waard om samen met je arts te zoeken naar een merk levothyroxine dat deze vulmiddelen niet bevat. Informatie over de gebruikte vulmiddelen vind je in de bijsluiter. Je kunt ook zoeken op de Geneesmiddeleninformatiebank.
Liever niet synthetisch
Hoewel levothyroxine aantoonbaar voor veel mensen werkt, vinden sommige mensen het prettiger om een natuurlijk middel te gebruiken. Dit is een persoonlijke keuze.
Restklachten
Zoals we al noemden, heeft naar schatting 10 à 15 procent van de mensen die uitsluitend synthetisch T4 gebruiken voor hun trage schildklier, restklachten. Ook kan het zijn dat mensen met combinatietherapie nog te weinig T3 binnenkrijgen. De meest gehoorde restklacht is ernstige vermoeidheid.
In 2015 heeft dr. Ellen Molewijk met collega’s een onderzoek gedaan naar restklachten bij behandelde hypothyreoïdie. 1600 mensen met een trage schildklier en een controlegroep van 277 mensen met een normaal werkende schildklier hebben vragen beantwoord over hun kwaliteit van leven en hun dagelijks functioneren. Ook konden ze hun klachten en symptomen rangschikken op een schaal van 1 tot 10.
Het onderzoek maakte duidelijk dat mensen met een trage schildklier een flink lagere kwaliteit van leven hebben dan mensen met een normaal werkende schildklier. Bovendien bleken mensen die synthetisch T4 gebruikten voor hun trage schildklier een lagere kwaliteit van leven te hebben dan mensen die natuurlijk schildklierhormoon gebruikten.
Verder liet het onderzoek zien dat mensen met een trage schildklier aanzienlijk meer moeite hebben met dagelijks functioneren dan de controlegroep. Vooral hun sociaal functioneren lijdt onder de ziekte.
Over symptomen melden deelnemers dat deze na behandeling wel afnemen, maar niet verdwijnen. Restklachten blijven bestaan, ondanks behandeling en ondanks bloedwaarden binnen de normwaarden. Zie deze PDF voor het hele onderzoek.
Samengevat:
- Van de gebruikers van synthetisch T4 behoudt een deel restklachten die leiden tot een lagere kwaliteit van leven.
- Eén oplossing kan zijn: combinatietherapie van Synthetisch T4 en T3. Afhankelijk van de hoogte van de dosis T3 kan dit veel restklachten verminderen.
- Een alternatief is natuurlijk schildklierhormoon dat T4 enT3 bevat in een vaste verhouding
- Ook zijn er mensen die alleen T3 gebruiken (T3-monotherapie).
- Bij T3, of het nu gaat om combinatietherapie of monotherapie, het goed verdelen van T3 over de dag kan lastig zijn.

