Vereniging van Gebruikers van Natuurlijk Schildklierhormoon

 
Welkom
Bestuur en Statuten
Lid worden?
Hypothyreoïdie
Klachten/Symptomen
TSH-Test
Artsen
Patiënten
Medicatie
Voeding
Dr. Raymond Peat
Blijvend afvallen
Hypo & gewicht
De 10 gezondste producten
Schildklier, bijnieren & voeding
Schildklier en roken
Steentijddieet
Wetenschappelijk onderzoek
Literatuur
Links
Contact
Disclaimer
VGNS in het nieuws
Nieuw
 
Inloggen VGNS Leden
  Schildklier en voeding
 

Een bekende voedingsdeskundige over schildklierziekten

Raymond Peat, Ph.D. is redacteur/onderzoeker en hij heeft een populaire maandelijkse nieuwsbrief over voeding en gezondheid. Hij is auteur van een aantal publicaties over vergrijzing, voeding en hormonen vanuit biochemisch perspectief. Dr. Peat heeft een Ph.D. in biologie van de Universiteit van Oregon. Hij heeft gedoceerd aan de Universiteit van Oregon, de Universiteit van Montana State, National College of Naturopathic Medicine, de Autonome Staatsuniversiteit Mexico en nog veel meer. Hij heeft ook een privé praktijk voor counseling op het gebied van voeding.

Welke supplementen zijn volgens u van essentieel belang voor mensen met hypothyreoïdie?
Omdat de kwaliteit van commerciële voedingssupplementen vrij slecht is, is het enige supplement waar ik voorstander van ben vitamine E, en dat moet spaarzaam worden gebruikt. Af en toe zal ik beperkt gebruik van andere supplementen voorstellen, maar het is over het algemeen veel veiliger om goed te eten en voeding arm aan voedingsstoffen uit te sluiten. Magnesium is een typisch tekort bij hypothyreoïdie en de veiligste manier om het binnen te krijgen is met jus d'orange en vlees.

U noemt eieren, melk en gelatine goed voor de schildklier.
Melk bevat een kleine hoeveelheid schildklierhormoon en progesteron, maar ook een goede balans van aminozuren. Voor volwassenen kan de aminozuurbalans van kaas nog beter zijn. In arme landen eten mensen over het algemeen alle delen van het dier, niet alleen de spieren. Ongeveer de helft van het eiwit in een dier is collageen (gelatine). Dit betekent dat in het hele dier de aminozuurbalans gelijk is aan de eisen van volwassenen. Onderzoek naar aminozuureisen van de volwassenen is zeer ontoereikend, omdat het grotendeels is gericht op het vinden van methoden om dieren te produceren met minimale kosten voor voer. De vleesindustrie is niet geïnteresseerd in het vinden van een dieet voor het houden van gezonde kippen, varkens en runderen.

Waarom hebben vrouwen met behandelde hypothyreoïdie vaak hoge cholesterolniveaus?
Vaak is het omdat zij thyroxine gebruiken, in plaats van het actieve schildklierhormoon. Toxinen, inclusief sommige geneesmiddelen en kruiden, kunnen de lever irriteren of stimuleren om te veel triglyceride te produceren. T3, triiodothyronine, is het actieve schildklierhormoon. Het wordt, voornamelijk in de lever, geproduceerd uit thyroxine. De vrouwelijke lever is minder efficiënt dan die van de man in het produceren ervan. De schildklier die normaal gesproken T3 produceert zal de productie laten dalen in aanwezigheid van verhoogde thyroxine. Daarom fungeert thyroxine vaak als "anti-schildklierhormoon", vooral bij vrouwen. Het is een zeer vaak voorkomende, maar zeer ernstige, vergissing thyroxine "het schildklierhormoon" te noemen. Hoog cholesterol is nauw verbonden met hypothyreoïdie. Verhoogde T3 zal de omzetting van cholesterol direct verhogen naar progesteron en galzuren.

Zijn er bijzondere overwegingen voor mannen met hypothyreoïdie?
Schildkliersupplementen kunnen nuttig zijn voor prostaathypertrofie en sommige gevallen van impotentie en onvruchtbaarheid. Krampen in de benen, slapeloosheid, depressie, hartfalen, leverziekte, kaalheid en tientallen andere problemen kunnen het gevolg zijn van hypothyreoïdie.

Veel mensen beschrijven hoe zij klinisch hypo zijn, met verhoogde TSH niveaus, maar een extreem snelle pols hebben.
Als de schildklierfunctie laag is, compenseert het lichaam dat vaak door meer adrenaline te maken. De dagelijkse productie van adrenaline is soms 30 of 40 keer hoger dan normaal bij hypothyreoïdie. De adrenaline wil de bloedsuikerspiegel en de lichaamstemperatuur handhaven in weerwil van de hypothyreoïdie.

U schrijft dat sommige mensen een probleem hebben met het omzetten van T4 naar T3, maar dat dieet kan helpen. U raadt een stuk fruit, sap of melk aan tussen de maaltijden, plus voldoende eiwitten.
De hoeveelheid glucose in de levercellen regelt het enzym dat T4 omzet naar T3. Dit betekent dat hypoglykemie of diabetes (waarbij glucose niet efficiënt in de cellen terechtkomt) zal leiden tot hypothyreoïdie als T4 niet kan worden omgezet in T3. Het eten van koolhydraten (vooral fruit) kan de lever in staat stellen zijn productie van T3 te hervatten.

U denkt dat chronische eiwittekort een veel voorkomende oorzaak is van hypothyreoïdie. Hoeveel eiwit moeten mensen eten ( 70-100 gram per dag?) En welke eiwitten, om hypothyroïdie te voorkomen?
De World Health Organization standaard werd bijgesteld door onderzoekers van MIT en sinds kort is de MIT-norm nog een keer opgewaardeerd door militaire onderzoekers; dit staat in een publicatie van de National Academy of Sciences (National Academy Press "De rol van proteïne en aminozuren voor het behoud en de verhoging van de prestaties", 1999). Bij te weinig eiwit is er een stressreactie met onderdrukking van het schildklierhormoon. Veel van de mensen die niet reageren op een aanvulling van schildklierhormoon eten gewoon niet genoeg eiwit. Ik heb gesproken met veel goed opgeleide mensen die slechts 15 of 20 gram eiwit per dag eten. Om te overleven wordt hun stofwisseling extreem laag. De kwaliteit van de meeste plantaardige eiwitten (vooral bonen en noten) is laag. Vlees bevat grote hoeveelheden aminozuren die de schildklier onderdrukken en zou niet de enige bron van eiwitten mogen zijn. Het is een goed idee om elke dag een kwart melk (ongeveer 32 gram eiwit) te drinken en een aantal andere hoogwaardige eiwitten, waaronder kaas, eieren, schaaldieren en aardappelen, te eten. Het eiwit van aardappelen is van zeer hoge kwaliteit.

U bent een voorstander van kokosolie voor schildklierpatiënten.
Een belangrijke functie van kokosolie is dat die de energieproductie verhoogt die geblokkeerd was door de onverzadigde vetzuren. Aangezien meervoudig onverzadigde vetzuren de schildklierfunctie op vele niveaus remmen, kan kokosolie de schildklierfunctie bevorderen simpelweg door het verminderen van deze toxische effecten. 

Hebt u nog ideeën voor schildklierpatiënten die proberen alles goed te doen en toch niet afvallen?
Kokosolie kan de stofwisseling verhogen. Vaak kleine maaltijdjes nemen, elke keer een combinatie van wat koolhydraten en wat eiwit, zoals fruit en kaas, helpt om de stofwisseling op te krikken. Het eten van rauwe wortelen kan absorptie van oestrogenen uit de darm voorkomen waardoor de lever beter het metabolisme kan reguleren. Als een persoon geen gewicht verliest op een tamelijk laag caloriedieet met voldoende eiwitten, is het duidelijk dat de stofwisseling te laag is. 

U hebt gesproken over het probleem van interne ondervoeding bij schildklierpatiënten, als gevolg van onvoldoende spijsverteringssappen en slechte darmwerking.
De absorptie en retentie van magnesium, natrium en koper en de synthese van eiwitten zijn meestal slecht bij hypothyreoïdie. Dit is waarschijnlijk de reden waarom voldoende natrium etenadrenaline verlaagt en de slaap verbetert. De verlaagde adrenaline zal waarschijnlijk ook de darmwerking verbeteren.

Josine Thomassen


Voor meer informatie over Dr Ray Peat, zie de Publications Order Page voor het bestellen van de maandelijkse nieuwsbrief of zijn boeken, waaronder Progesteron in Orthomoleculaire geneeskunde, Generatieve Energie: Bescherming en herstel van de Heelheid van het Leven, Geest en Weefsel: Russische onderzoeksperspectieven op de menselijke hersenen, Voeding voor vrouwen en Van PMS naar Menopauze: vrouwelijke hormonen in Context.
Mary Shomon had een interview met Ray Peat in november 2000.
Thyroid-Info
Thyroid information for people who want to live well, from patient advocate Mary Shomon
Laatst bijgewerkt: 28.08.2010

Back to top
 

Als er slechts één artikel is dat u leest over schildklierziekte en gewichtsverlies, dan zou het dit moeten zijn. Dr Holtorf heeft ontdekt dat bijna alle overgewicht- en obesitaspatiënten die hij behandelt aantoonbare stofwisselings- en endocriene stoornissen hebben die bijdragen aan het probleem. In het bijzonder richt Dr Holtorf zich op de evaluatie en correctie van onevenwichtigheden in de twee belangrijkste hormonen - leptine en omgekeerd (reverse) T3 (rT3) - om schildklierpatiënten te helpen afvallen.

Blijvend gewichtsverlies voor schildklierpatiënten: hormonale factoren

Kent Holtorf, MD werkt al lang met patiënten die hormonale stoornissen hebben. Hij runt de Holtorf Medical Group in Californië, waar hij zich specialiseert in complexe endocriene stoornissen, inclusief hypothyreoïdie, bijnierinsufficiëntie en insulineresistentie.

Dr Holtorf werkt met patiënten - velen met een traag werkende schildklier - die het moeilijk of zowat onmogelijk vinden om af te vallen. Wat hij ontdekte is dat bijna alle overgewicht- en obesitaspatiënten aantoonbare stofwisselings- en endocriene stoornissen hebben. In het bijzonder heeft Dr Holtorf zich gericht op twee belangrijke hormonen - leptine en omgekeerd T3 (rT3) - en het behandelen ervan om zijn patiënten te helpen gewicht te verliezen. Deze twee spelen een sleutelrol in de regulering van gewicht en stofwisseling. Leptine wordt uitgescheiden door vetcellen en leptineniveaus nemen toe met de ophoping van vet. De verhoogde leptinesecretie die zich voordoet bij gewichtstoename geeft normaal een signaal terug naar de hypothalamus dat er voldoende energie (VET) is. Dit stimuleert het lichaam om vet te verbranden in plaats van overtollig vet op te blijven slaan en stimuleert het schildklierhormoon (TRH) om 't schildklier stimulerend hormoon (TSH) en de schildklierproductie te verhogen.

Uit onderzoek blijkt dat de meeste mensen met overgewicht die niet kunnen afvallen leptineresistent zijn: leptine heeft dan een verminderd vermogen om de hypothalamus te beïnvloeden en het metabolisme te reguleren. Deze leptineresistentie resulteert in een gevoel van honger voor de hypothalamus, dus worden meerdere mechanismen geactiveerd om vetreserves te vergroten, omdat het lichaam probeert de waargenomen toestand van honger om te keren. Die geactiveerde mechanismen zijn een verminderde TSH secretie, een onderdrukte omzetting van T4 naar T3, een stijging van omgekeerd T3, meer eetlust, een verhoging van de insulineresistentie en remming van de vetafbraak. De behandeling kan zich richten op de verhoogde leptine en de leptineresistentie. Een verhoogde leptine geeft echter ook verlaagde schildklierhormoonwaarden, samen met aanzienlijk verlaagde T4/T3 conversie. Ook bijna alle diabetici zijn leptineresistent waardoor het erg moeilijk voor mensen met diabetes type II om af te vallen. Omdat er een slechte T4/T3 omzetting is, is getimed uitgebracht T3 de optimale behandeling, hoewel ook T4/T3 combinatiemedicijnen, zoals natuurlijk gedroogd schildklierhormoon kunnen worden gebruikt.

Wij controleren de basale stofwisseling bij patiënten; interessant is dat patiënten met leptineresistentie een lager metabolisme hebben dan normaal. Deze patiënten verbranden vaak 500 tot 600 calorieën minder per dag dan een 'normaal' iemand met een gelijke lichaamsmassa. Om een redelijke kans op afvallen te hebben, kunnen deze patiënten proberen calorieën te verminderen met 500 tot 600 calorieën per dag, een uur of twee per dag bewegen of de schildklier en de stofwisseling normaliseren. Het optimaliseren van de schildklier kan heel effectief zijn voor velen. Humaan Chorion Gonadrotropine  (HCG) is een mogelijke optie.
Veel schildklierpatiënten hebben me gevraagd over de HCG-behandelingen (humaan chorion gonadotrofine) voor gewichtsverlies. Ik heb zelf een aantal hypo's ontmoet die meer dan 200 pond wogen en die door HCG-behandelingen 25 of meer pond afvielen tijdens een 40-daagse kuur. Ik ken meer en meer artsen die dit beginnen te gebruiken. Wij hebben HCG effectief bevonden voor veel vrouwen.*

Hoe speelt omgekeerd T3 een rol bij schildklierpatiënten die willen afvallen?
T4 kan ofwel worden omgezet in T3, het actieve hormoon met een metabolisch effect, of omgekeerd  T3, dat is de inactieve vorm van T3 die eigenlijk de effecten van T3 blokkeert. Studies tonen aan dat het een krachtige remmer van de schildklier is.
Omgekeerd T3 wordt geproduceerd onder stress of bij honger om het metabolisme te vertragen en met chronische stress of een dieet kan omgekeerd T3 verhoogd blijven. Mensen die chronisch diëten zullen een lagere stofwisseling hebben dan een persoon met hetzelfde gewicht en spiermassa die niet is afgevallen of geen drastisch dieet heeft gevolgd. Dit werd aangetoond in een studie van Leibel in het tijdschrift Metabolisme, getiteld "Verminderde energie-eisen in de gereduceerde zwaarlijvige patiënten." De auteurs vonden dat de mensen die een dieet hadden gevolgd, gemiddeld een 25% lagere stofwisseling hadden.
Hoe hoger omgekeerd T3, hoe lager het metabolisme, vaak 20 tot 40% lager dan verwacht voor hun body mass index (BMI). Niemand gelooft hoe weinig ze eten, en ze voelen zich mislukkingen - ondanks alles wat ze goed doen. Totdat hun metabole afwijkingen zijn opgelost, zullen een dieet en lichaamsbeweging er niet in slagen om op lange termijn succes te behalen. Hoe hoger de omgekeerde T3, des te ineffectiever T4 preparaten. T4/T3 combinaties zijn significant beter dan T4- preparaten, maar getimed vrijgegeven T3 is optimaal.

De meeste patiënten die binnenkomen zijn op tal van diëten geweest. Koolhydraatarme diëten onderdrukken de schildklierfunctie en verhogen omgekeerd T3, dus terwijl een koolhydraatarm dieet kan leiden tot gewichtsverlies in het begin, zullen patiënten weer aankomen, tenzij het omgekeerd T3 probleem wordt verholpen.
De meeste voldoening geven mensen die 50 tot 100 pond of meer afvallen. Het verandert hun leven volledig. Er was iemand die 800 calorieën per dag at na een maagverkleining en die was nog steeds dikker aan het worden. Niemand geloofde dat totdat ze haar in het ziekenhuis opnamen en haar voedselinname bewaakten. Ze zeiden dat haar schildklier prima was, want zij had normale TSH, T4 en T3. Toen we haar omgekeerde T3 controleerden was die boven 800 en haar leptine was 75. We controleerden haar stofwisselingssnelheid en die was 45% lager dan normaal. Het volgen van een dieet zou nooit werken met een dergelijke patiënt.

Giftige stoffen kunnen de schildklierreceptoren blokkeren met uitzondering van de hypofyse, die andere receptoren heeft. Dus door het alomtegenwoordige karakter van deze toxines denk ik dat iedereen een relatief tekort aan schildklieractiviteit heeft die niet wordt gedetecteerd door TSH. Mensen denken dat eten en gebrek aan beweging het obesitasprobleem in dit land veroorzaken, maar ik denk dat toxines die de schildklier uit evenwicht brengen een groter probleem zijn, naast stress.
Ook is aangetoond dat diëten de T4/T3 conversie verminderen, omgekeerd T3 verhogen en het aantal perifere schildklierreceptoren verlagen - maar nogmaals, niet in de hypofyse - dus dezelfde hoeveelheid schildklierhormoon heeft minder effect, maar TSH is ongewijzigd. Dit illustreert het belang van klinische beoordeling bij de vaststelling van de totale schildklieractiviteit van een persoon. We controleren onder andere: • homocysteïne - een marker voor lage schildklier en lage vitamine B • lipiden - een hoog cholesterolgehalte is een marker voor lage schildklier en hoge triglyceriden is een marker voor insulineresistentie • ijzer en ferritine - ferritine is nodig voor de geactiveerde schildklier, veel klachten die mensen toeschrijven aan anemie met een lage ferritine zijn eigenlijk te wijten aan gebrekkige schildklierhormoonactivering van weefsels • Vitamine D - moet hoger zijn dan 80 • serotonineniveau - er is vaak een laag of laagnormaal serotonineniveau met een lage schildklierfunctie, omdat serotonineproductie wordt onderdrukt met een lage schildklier.

Josine Thomassen

*VGNS waarschuwt voor het in het artikel genoemde HCG. In Nederland is het voorschrijven van geneesmiddelen buiten de geregistreerde indicatie (HCG is niet geregistreerd) verboden en alleen toegestaan als de beroepspgroep daar protocollen en standaarden voor heeft ontwikkeld. Zo'n protocol is er echter niet voor HCG. Een arts die HCG voorschrijft of toedient is dan ook in overtreding. Ook de handel in geneesmiddelen op basis van HCG als afslankmiddel is verboden.


Een interview met Kent Holtorf, MD door Mary Shomon, About.com Gids Bijgewerkt op 20-10-2009
Kent Holtorf, MD is oprichter van de Holtorf Medical Group in California.

Back to top
 

Hypo en gewicht


Veel mensen met hypothyreoïdie proberen hun gewicht te normaliseren, maar dat valt niet mee. Gewichtsverlies zonder goed 'ingesteld' te zijn is helemaal moeilijk. Natuurlijk moet je eerst weten of je hypothyroïdie goed is behandeld. Voor de meeste mensen moet het TSH tussen 1 en 2 zitten, voordat ze zich een beetje goed beginnen te voelen. Slik je ook T3? In een wetenschappelijk onderzoeksrapport (11 februari 1999 in the New England Journal of Medicine) staat dat veel patiënten zich beter voelen met een combinatie van T4 en T3.

Slik of eet je iets dat opname van je schildkliermedicijn verstoort? Bijvoorbeeld calciumtabletten tegelijkertijd innemen met je schildkliermedicatie is geen goed idee. Veel artsen vinden dat je minstens twee uur moet wachten, voordat je calcium of ijzer neemt.
Er zijn drie mogelijke factoren die het voor schildklierpatiënten moeilijk maken om gewicht te verliezen: een veranderd metabolisch "setpoint," veranderingen in de "brainchemistry" als gevolg van ziekte en stress en "insuline resistance". Als je zeker weet dat je 'goed bent ingesteld' volgens je arts en volgens jezelf, dan moet je iets weten over Dr. Lou Aronne en zijn boek "Weigh less, live longer".

Dr. Aronne gelooft dat iedereen een vast gewicht heeft dat bij hem past, het "setpoint" voor de stofwisseling, net zoals je lichaam een setpoint heeft voor de lichaamstemperatuur van 37 °C. Je lichaam wil dat setpoint behouden. Als je meer gaat eten, zal dat resulteren in een geringe gewichtstoename. Daarna zal je stofwisseling versnellen, je eetlust verminderen en een deel van je gewichtstoename verdwijnen. Hij noemt dit de weerstand van je stofwisseling (metabolic resistance).
Bij mensen met een chronisch overgewicht is deze weerstand klein. Als je steeds meer calorieën binnenkrijgt dan je kunt verbranden, dan wordt de weerstand verzwakt en bereikt je lichaam een hoger setpoint. Als je dan minder gaat eten, zal de stofwisseling op een lager pitje gaan draaien en val je niet zoveel af als je op grond van het aantal calorieën dat je binnenkrijgt zou verwachten. Dit verklaart waarom sommige mensen veel eten en toch een relatief laag gewicht weten te behouden en dat andere mensen van weinig eten toch aankomen: je lichaam biedt weerstand en probeert het setpoint voor het gewicht te behouden.
De tweede oorzaak heeft te maken met "veranderingen in de hersenen" door de hypothyreoïdie. Honger ontstaat in de hersenen: je hypothalamus signaleert dat je energie nodig hebt en voorziet de neurotransmitter van de boodschap "eet". Deze boodschap voel je als honger. Als de hypothalamus signaleert dat je genoeg hebt gegeten, komt er serotonine vrij om je lichaam te vertellen "genoeg". Dit mechanisme kan echter worden ontregeld. Je stofwisseling is te traag voor het niveau waarop je hersenen je waarschuwen dat je honger hebt. Hypothyreoïdie maakt de stofwisseling namelijk trager! Wat de hersenen als genoeg voedsel waarnemen kan meer zijn dan waarop je stofwisseling is ingesteld, zodat je gewichtstoename krijgt. Het is ook bekend dat stress de aanmaak van de neurotransmitter serotonine vermindert. Door aan sport te doen wordt op een natuurlijke manier de aanmaak van serotonine bevorderd. Door sommige artsen wordt ook St. Janskruid aanbevolen.
Een derde oorzaak is "resistentie tegen insuline". Insuline is een hormoon dat wordt aangemaakt door de alvleesklier. Als je voedsel eet dat koolhydraten bevat, zet je lichaam dat om in suiker. Deze suikers worden in het bloed opgenomen, om daar de 'bloedsuikerspiegel' te beïnvloeden. De alvleesklier produceert dan insuline om de cellen te stimuleren bloedsuiker op te nemen en als energiereserve op te slaan, waarna het bloedsuikergehalte weer zijn normale niveau krijgt. Koolhydraten kunnen 'makkelijk' op te nemen zijn (pasta, wit brood, suiker en wit meel) of  'moeilijk' (koolhydraten in groenten, fruit en volkoren producten). Recente inzichten zijn dat we de gemakkelijk op te nemen koolhydraten helemaal niet nodig hebben, en bovendien slecht kunnen verdragen. Voor een kwart van alle mensen zou gelden dat overmatige productie van insuline ervoor zorgt dat de lichaamscellen minder gevoelig worden voor insuline. Dit heeft vergaande gevolgen: het lichaam wordt minder gevoelig voor de werking van insuline, dus zal het eten van koolhydraten niet de benodigde energie opleveren, en nog meer trek in koolhydraten veroorzaken. Onnodig te zeggen dat je dan aankomt. Hypothyreoïdie vertraagt ook het vermogen van de cellen om bloedsuiker op te nemen en houdt daarmee ook een hoger bloedsuikergehalte in stand en daar weer mee gepaard een hoge insulineproductie.
Gewichtsverlies is de belangrijkste methode om ongevoeligheid voor insuline te voorkomen. Voor mensen die ongevoeliger zijn voor insuline is de meest effectieve methode om een dieet te nemen met weinig vet, weinig koolhydraten en zeker geen makkelijke. Dus geen suiker, geen witte pasta, geen witte rijst, geen wit brood en geen gebak en toetjes.

Mag je dan nog wel iets eten? Het wordt lastig en je zult je voedingsgewoonten eens stevig onder de loep moeten nemen, met daarbij aandacht voor kip, vis, groenten, fruit en sommige granen. Volg een gezond, op natuurlijke voedingsmiddelen gebaseerd, dieet dat rijk is aan voedingsstoffen, ter aanvulling van een behandeling voor een betere schildklierfunctie. Eet zeevis en eieren, drink melk. Vermijd rauwe kool, rapen, koolrabi, pinda's en mosterd (deze voedingsmiddelen remmen de opname van jodium). Eet voedingsmiddelen die veel B -vitamines en seleen bevatten zoals boekweit, orgaanvlees, peulvruchten, linzen, levertraan, noten, avocado's en eieren. B 12 zit in eieren, melk, vis, vlees. B 6 zit in bijna alle producten
Overweeg voedingssupplementen met de voornaamste vitamines plus calcium, magnesium, selenium (zit in granen, groente) en zink. Vitamine A (niet caroteen) in combinatie met eiwitten is essentieel voor de omzetting van T4 naar T3, net als magnesium (zit in melk, groente), seleen en zink (zit in vlees, brood, noten, kaas en peulvruchten). Foliumzuur zit in granen, melk, fruit, groene groente.
Wie geen of nauwelijks schildklierfunctie heeft kan geen vitamine B12 absorberen. Als een
dergelijke deficiëntie ernstige vormen aanneemt kan dit o.a. neuritis en bursitis tot gevolg hebben. Neem Armour Thyroid, een natuurlijk schildklierhormoon gewonnen uit varkens als u geen synthetische hormoonvervangingstherapie wenst te ondergaan. Dit preparaat bevat T3 en T 4. Het boek Your Guide to Metabolic Health bevat een grote hoeveelheid zelfhulpinformatie. (1)
We weten van minstens twee zeer giftige stoffen dat ze de normale functie van de schildklier emstig kunnen verstoren: fluoride en kwik. Dit wordt door de gangbare geneeskunde keer op keer over het hoofd gezien.
Fluoride: vanaf 1930 werd fluoride gebruikt om hyperthyroïdie en schildkliertumoren te behandelen. Toen erkende men dat dit tot leverproblemen leidde, want daar vindt het grootste deel van de omzetting van T4 naar D plaats. Minder en Gordonoff maakten melding van een antagonisme tussen jodium en fluor. Fluor is met afstand het meest reactieve element uit de groep van de halogenen en het is bekend dat het jodium kan vervangen en het jodiumtransport kan remmen. Zelfs nu bestaan er nog geneesmiddelen op basis van fluor ter controle van hyperthyroïdie (zoals fluorotyrosine), antidepressiva (fluoxetine [ProzacJ) en antipsychotica (flupenthixal. Trifluoperozine).
Andreas Schuld, directeur van de organisatie 'Parents of Fluoride-Poisoned Children', heeft gegevens uit een groot aantal onderzoeken verzameld waaruit duidelijk blijkt dat de symptomen van fluorvergiftiging identiek zijn aan die van hypothyroïdie en schildklierafwijkingen. Zijn laatste literatuuronderzoek heeft veel aanwijzingen aan het licht gebracht over hoe fluoride de activiteiten van schildklierstimulerend hormoon (TSH) nabootst, vooral wanneer fluordeeltjes zich in water aan aluminium hechten. Daardoor worden eiwitten geactiveerd die de activiteit van T3 in cellen kunnen remmen.
Kwik: diverse studies hebben melding gemaakt van hoge kwikconcentraties in de hypofyse van tandartsen. Daarbij ging het om post-mortem onderzoeken en werden de concentraties in de hypofyse vergeleken met die in andere delen van de hersenen. De opeenhoping van kwik in de hypofyse is van bijzonder belang,. aangezien de controle die deze klier uitoefent over de productie van veel hormonen (waaronder schildklier- en bijnierhormonen) praktisch alle lichaamsfuncties beïnvloedt. Onderzoek van de hypofyse van mijnwerkers in kwikmijnen onthulde dat de hypofyse en de schildklier de hoogste concentraties bevatten, grotere concentraties bijvoorbeeld dan in de nieren, longen en delen van de hersenen. (2)
Dr. Mike Fitzpatrick, een milieu-wetenschapper en fyto-onderzoeker heeft diepgaande studies over soja uitgevoerd.  Dr. Fitzpatrick maakt duidelijk dat sojaproducten een bepalende invloed kunnen hebben op zowel volwassenen als kinderen. In het bijzonder is hij ervan overtuigd dat fabrikanten van soja de isoflavonen dienen te verwijderen, want die werken tégen de schildklier. Onderzoekers hebben vastgesteld dat isoflavonen fungeren als krachtige anti-schildklier agenten, die in staat zijn de schildklierfunctie te onderdrukken en  hypothyreoïdie te veroorzaken of te verergeren.. Soja is een fyto-oestrogeen, en dus handelt het in het lichaam als een hormoon, dus het is geen verrassing dat het samenwerkt met het delicate evenwicht van de hormonale systemen van de schildklier. Hoge consumptie van soja- producten veroorzaakt ook struma. (3)

Om te zorgen dat u niet uw eigen schildkliergezondheid saboteert, leer over voedsel en groenten die kunnen interfereren met uw schildklier.

Josine Thomassen



1. Bron: www.me-cvs.nl
2. Bron: blog.seniorennet.be

3. (Anti-schildklier isoflavonen uit soja: isolatie, karakterisering en werkingsmechanismen, Divi RL; Chang HC; Doerge DR, Nationaal Centrum voor toxicologisch onderzoek, Jefferson, AR 72079, USA , Biochem Pharmacol, 1997 Nov, 54:10, 1087-96)

Back to top
 

De 10 gezondste producten ter wereld, ook voor mensen met hypothyreoïdie


Als we oud willen worden en ons tegelijkertijd jong willen blijven voelen, dan zijn dit de producten die we dagelijks moeten eten.


1. Knoflook en uien voorkomen het ontstaan van kanker volgens recente studies van de prestigieuze voedingsdeskundige Jony Bowden. Knoflook en uien zijn ontstekingsremmend en worden sinds mensenheugenis gebruikt tegen infecties en hoge bloeddruk.  Knoflook is niet alleen een gezonde plant voor onze bloedvaten, maar zeker ook bacterie-dodend, bloedsuikerverlagend en algemeen toniserend middel. (1)

2. Bonen: de gunstige eigenschappen spelen een rol in de behandeling van hartkwalen, diabetes en kanker. Je hoeft de velletjes niet te verwijderen, want daarin zitten waardevolle fosfor- en zwavelzouten. Bonen bevatten veel proteïne en voedingsvezels, het zijn uitstekende laxeermiddelen, ze kunnen je cholesterolgehalte verlagen en het lichaam ontdoen van ongewenste gifstoffen. Daarnaast zijn ze een bron van complexe koolhydraten.

3. Bramen en moerbeien bevatten veel kalium en suikers die de ontgifting van het lichaam bevorderen. Net als aardbeien en frambozen zijn het antioxidanten. Bramen hebben een geneeskrachtige werking. Ze hebben een gunstig effect op verkoudheden, buikloop en keelpijn. Braambessen zijn vezelrijk, bevatten veel vitamine C en zijn caloriearm.

4. Noten: amandelen, walnoten, kastanjes en hazelnoten zijn niet alleen borrelhapjes. Diverse onderzoeken zijn het erover eens dat het eten van noten het risico op een infarct reduceert met 50%. Bovendien zijn noten natuurlijke energieleveranciers en een calciumbron. De meeste noten bevatten voor 80 a 90% onverzadigde vetten, ze zijn een bron van eiwit en ze bevatten vitamines en mineralen als magnesium, zink, kalium, calcium, ijzer, koper en selenium. Onverzadigde vetten verlagen het cholesterolgehalte en verkleinen zo de kans op hart- en vaatziekten. Noten bevatten ook het essentiële vetzuur alfa-linoleenzuur. Dit is een vetzuur dat het lichaam nodig heeft, maar niet zelf kan aanmaken.
Voor mensen die weinig of geen vlees eten zijn noten een goed alternatief. Noten zijn zeer goed voor ons zenuwstelsel, de hersenen, bloedvorming en vooral voor de stofwisseling. De hazelnoot bevat veel proteïnen, complexe koolhydraten, vezels, ijzer, calcium en vitamine E. Amandelen behoren tot de rijkste bronnen van alfa-tocoferol, dat beschouwd wordt als de meest efficiënte vorm van vitamine E. Deze vitamine werkt in ons lichaam als een antioxidant, die vrije radicalen zuivert. Van alle notensoorten zijn amandelen ook het rijkst aan calcium. Daarnaast zijn ze ook een zeer goede bron van magnesium, koper, zink, B6 en riboflavine (vitamine B2). Amandelen bezitten een goed verteerbaar eiwit en bestaan voor circa 60% uit amandelolie. Ze moeten heel goed gekauwd worden anders worden ze slecht verteerd.

5. Zalm voorkomt verouderingseffecten van de cellen. Zalm is rijk aan eiwit en gezonde omega vetten. Net als sardines of makreel bevat zalm Omega-3 vetzuren, vetten die je slechte cholesterolgehalte verlagen en je goede cholesterolgehalte verhogen en die de hersenen en het hart beschermen. Onderzoeken in Japan, waar de inwoners hun dieet baseren op de consumptie van vis, tonen aan dat Japanners minder aanleg voor hart- en vaatziekten hebben.

6. Rauwe melk. De voorstanders van gezonde voeding verdedigen te vuur en te zwaard de consumptie van rauwe, ongepasteuriseerde melk. Ze zweren dat rauwe melk het immuunsysteem verbetert, de botten versterkt en problemen met de spijsvertering minimaliseert. Rauwe melk bevat alle noodzakelijke voedingsstoffen zoals vetten, eiwitten, koolhydraten, mineralen, spoorelementen en enzymen. Rond 1900 was er zelfs een dieet van, 4 tot 6 weken rauwe melk, zonder iets anders te eten, wat meer dan 20000 mensen van allerlei ziektes heeft genezen, zoals vetzucht, darmproblemen, allergieën, huidproblemen, migraine, diabetes, verkeerde bloeddruk en nog verscheidende andere ziektes. In de Verenigde Staten van Amerika krijgen veel kinderen met ADHD weer rauwe melk en daardoor verdwijnen veel problemen. Het is dan wel heel belangrijk dat de melk komt van dieren die voornamelijk gras krijgen gevoerd. De kwaliteit van deze melk is beter en in deze melk kunnen zich veel moeilijker ziekteverwekkers ontwikkelen.

7. Eieren. De voordelen: het ei bevat meer dan een dozijn verschillende vitamines en mineralen die spieren, haar en hormonen versterken. Eieren zijn een van de belangrijkste bronnen van antioxidanten. Eén ei per dag is supergezond en het helpt je zelfs in de strijd tegen de kilo’s. Volgens Britse wetenschappers kun je eieren zelfs ‘superfood’ noemen. De onderzoekers van de Manchester Metropolitan University analyseerden 71 onderzoeken die de voedingswaarden en de rol van eieren in het eetpatroon bestuderen. Ze ontdekten dat eieren belangrijk zijn voor een goede gezondheid en het verliezen van gewicht. Want één ei bevat relatief veel voedingstoffen in verhouding tot het aantal calorieën. Een ei bevat ongeveer 80 calorieën en is een belangrijke bron van eiwitten en belangrijke vitamines (vitamine D en B12). Daarnaast bevat het veel essentiële aminozuren die belangrijk zijn voor de groei en herstel van het lichaam. Volgens hoofdonderzoekster Carrie Ruxton bevat een ei per dag een groot deel van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamine D.

8. Vlees. Het 'weidevlees' (scharrelvlees), de dieren kunnen het hele jaar door naar buiten en eten gras in plaats van voer met een hoge mate van toxiciteit, bevat in totaal minder vet en minder cholesterol per 100 gram. De omega-3-vetzuren en omega-6 erin zijn ideaal voor de preventie van hart- en vaatziekten en diabetes.

9. Appels bevatten vitamine C en door de grote hoeveelheid vezels is dit fruit een ideaal product om overgewicht in de hand te houden. Ook is de appel zeer effectief bij aandoeningen van het spijsverteringsstelsel. Bovendien blijven ze, ook als ze al een tijdje liggen, nog steeds erg gezond. Ze verliezen in tegenstelling tot andere soorten fruit vrijwel geen voedingswaarde. Oplosbare vezels verlagen het LDL cholesterol (het slechte soort) en onoplosbare vezels zorgen voor een regelmatige stoelgang. In appels zit pectine, een stof die giftige metalen uit je lichaam haalt, zoals lood en kwik. De schil van een appel is ook gezond, want deze bevat krachtige anti-oxydanten die kanker en hart- en vaatziekten voorkomen.

10. Broccoli, spruitjes en bloemkool bevatten meer ijzer en calcium dan vlees. Ze bevatten vitamines, mineralen en vormen een belangrijke bron van antioxidanten. Volgens talrijke studies hebben ze zwavelverbindingen die fungeren als katalysators voor kankerenzymen. Broccoli staat bekend om zijn vele goede eigenschappen zoals het voorkomen van kanker en versterken van het immuunsysteem. Volgens nieuw Amerikaans onderzoek vertraagt deze groente ook de verouderingseffecten. Broccoli bevat de chemische stof sulforafaan. Deze stof activeert anti-oxidanten en enzymen in immuuncellen en voorkomt dat vrije radicalen cellen beschadigen. Beschadigde cellen worden als de belangrijkste oorzaak van verouderen gezien met ouderdomsziekten als verstopte slagaders, reuma, suikerziekte en een zwakker immuunsysteem. Broccoli heeft meer beschermende kwaliteiten dan welke andere koolsoort ook. Broccoli is rijk aan praktisch elke vitamine: A, B's, C, E en K. De enige vitamine die in broccoli ontbreekt is D (die door het lichaam aangemaakt wordt onder invloed van zonlicht) en B12 (die alleen door bacteriën aangemaakt wordt). Verder bevat broccoli alles, zowel de macromineralen als calcium, magnesium en kalium, als de sporenelementen zink, ijzer, koper.

Josine Thomassen

(1) 2008 - 2010 Herborist, gepubliceerd in Seksualiteit (Mens en Gezondheid) op 19-09-2008.
(2) 27.07. 2010 José Barki (2010 Yahoo! Inc.)

Back to top
 

Schildklier, bijnieren en voeding
Josine Thomassen


Je gezondheid, stemmingen en complete persoonlijkheid worden bepaald door hormonen. Twee hoofdrolspelers zijn bijnieren en schildklier. Speciale aandacht verdienen de bijnieren. De hormonale werking van de bijnieren berust op adrenaline en cortisol. Cortisol reguleert de bloedsuikerspiegel, de zout- en waterbalans in de cellen, de mineraalhuishouding, het immuunsysteem, de bloeddruk en bepaalt je vermogen om met stress om te gaan. Voor de bijnieren is alle stress echt: stress door je levensstijl, je werk, je gedachten, onverwerkte emoties, verkeerde voeding, het inademen van chemicaliën, synthetische medicatie of vaccinaties.
Hormonen zijn essentieel. De bijnieruitputting begint soms al in de wieg. Cholesterol- en vetarme flesvoeding vol suikers, zoetstoffen en soja (een beruchte schildkliersloper en hormoonverstoorder), opgewarmd in de magnetron in een plastic fles. Voor de bijnieren vormen deze levensbedreigende stoffen een ernstige vorm van stress die heftige immuunreacties kan uitlokken. In Amerika is het al een min of meer publiek geheim dat vaccinaties met kwik, aluminium, formaldehyde, dierlijk DNA, smaakversterker, zoetstof en andere hormoon- en immuunverstorende bestanddelen niet alleen autisme, maar ook bijvoorbeeld wiegendood of longontsteking bij kinderen veroorzaken.

Oorzaken op een rijtje:
• Milieuvervuiling. “Hormon Mimics”, hormoonachtige stofjes in ons drinkwater, plastic weekmakers, allerlei metalen in het drinkwater, ook kwik in amalgaam en vaccins en chloor in zwembaden.
• Psychische en mentale stress. Stress triggert ons immuunsysteem en daarmee de kans op auto-immuniteit.
• Straling van mobiele telefoons, computers en magnetrons, extra straling door de dunne ozonlaag.
• Darmparasieten: “a thorn in the side of the immune system”
• Fluor in drinkwater, fluortabletjes voor kinderen. Fluoride is zeer schadelijk voor de schildklier. Tijdens Stalin was dit al bekend en er werd fluoride toegevoegd aan het drinkwater in de Russische gevangenkampen. Bij gevangenen kwam de gedachte om te ontsnappen niet meer op, zo mak werden ze en zo slecht functioneerden ze mentaal. Vanaf de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw werd fluoride gebruikt om hyperthyroïdie en schildkliertumoren te behandelen. Toen erkende men dat dit tot leverproblemen leidde, want daar vindt het grootste deel van de omzetting van T4 naar T3 plaats. Andreas Schuld, directeur van de organisatie Parents of fluoride-Poisoned Children heeft gegevens uit een groot aantal onderzoeken verzameld waaruit duidelijk blijkt dat de symptomen van fluorvergiftiging identiek zijn aan die van hypothyroïdie en schildklierafwijkingen. Zijn laatste literatuuronderzoek heeft veel aanwijzingen aan het licht gebracht over hoe fluoride de activiteiten van het schildklierstimulerende hormoon (TSH) nabootst, vooral wanneer fluordeeltjes zich in water aan aluminium hechten. Daardoor worden cetaïne-eiwitten geactiveerd die de activiteit van T3 in cellen kunnen remmen. Zelfs nu bestaan er nog geneesmiddelen op basis van fluor ter controle van hyperthyroïdie (zoals fluorotyrosine)', antidepressiva (fluoxetine Prozac) en antipsychotica (flupenthixal. trifluoperozine). Antidepressiva zijn vaak op fluor gebaseerd en schadelijk voor de schildklier. Beter is het om juist goed te zijn voor de schildklier en de bijnieren en mensen met angst- of depressieklachten op een protocol van dierlijke bijnier- en schildklierhormonen te zetten.
• “High stress of daily life”: ons hoge leeftempo, het altijd gespannen staan van de boog, weinig momenten van ontspanning.
• Slechte voeding, te weinig hoogwaardige eiwitten en te weinig omega 3 vetzuren.
• Operaties als de verwijdering van galblaas, baarmoeder, hernia en amandelen.
• Medicijngebruik: lithium, barbituraten en aspirine.

Schildklierproblemen hangen samen met spijsverteringsproblemen zoals verlies van eetlust, gewichtstoename, voedselallergie, alcoholintolerantie, obstipatie. Veel schildklierklachten worden veroorzaakt door bijnieruitputting. Omdat de schildklier 'gezond' reageert, zal bloedonderzoek (TSH-waarde) geen problemen laten zien, waardoor je met bijnieruitputting én trage schildklierwerking rond blijft lopen. Pas als de problemen veel erger worden, zal ook bloedonderzoek uitwijzen dat er iets ernstigs aan de hand is.
De bijnieren en de schildklier hebben een relatie met elkaar. Overactiviteit bij de een kan leiden tot onderactiviteit bij de ander en andersom. Om onderactief te worden, moeten de bijnieren eerst overactief zijn geweest. Dit stadium wordt de weerstandsfase genoemd en kan vijftien tot twintig jaar duren met een overproductie van cortisol en adrenaline waardoor de schildklierwerking wordt onderdrukt. Als de schildklier op een lager pitje brandt, gaat de lichaamstemperatuur omlaag en vertraagt de spijsvertering om te voorkomen dat je opbrandt als een kaars. Je wordt kouwelijk en krijgt spijsverteringsproblemen.
De bijnieren bewaken samen met de alvleesklier de glucosebalans in het bloed. Er is een samenspel tussen insuline uit de alvleesklier en het bijnierhormoon cortisol. Te weinig cortisol of teveel insuline geeft hypoglycemie: de bijnieren proberen de lever aan te sporen tot meer glucoseafgifte. Echter, bijnieruitputting gaat ook gepaard met een slechte leverfunctie. De bijnieren verhogen dan de schildklierwerking en de bloeddruk om het hart aan te sporen tot een snellere doorbloeding. Gevolg: hartkloppingen, paniek, er gaat te weinig glucose naar de hersenen! Je kunt duizelig worden, concentratieproblemen krijgen, flauwvallen en zelfs in shock en coma raken. Teveel cortisol drukt de schildklierwerking. Hierdoor worden alle organen traag, dus ook de alvleesklier. Heb je te weinig insuline dan is je alvleesklier uitgeput. Je bijnieren raken op termijn ook uitgeput, niet in de laatste plaats door overproductie van cortisol, maar ook om te compenseren voor een trage schildklierwerking en een insulinetekort.
Je lichaam draait op twee brandstoffen, glucose voor de korte termijn en vet, verzadigd vet, op de lange termijn. Hypo- en hyperglycemie zijn het onvermogen van je lichaam om de bloedsuiker goed te regelen. Het lijkt waarschijnlijk dat hypothyroïdie het vermogen van ons lichaam vertraagt om koolhydraten te verwerken en het vermogen van onze cellen om bloedsuiker te absorberen. Dus overtollige koolhydraten vormen een overmaat aan insuline en dus overgewicht.
Elke ziekte schept ook fysieke stress. Stress verhoogt cortisolniveaus. En verhoogd cortisol verhoogt insulinespiegels. Meer insuline betekent een verhoogde kans op insulineresistentie. De lever bemiddelt tussen de activiteiten van de insuline-uitscheidende alvleesklier en de bijnieren plus schildklier, die de lever moeten seinen glucose vrij te geven. Als de bijnieren en de schildklier dat niet goed doen, of als de lever niet goed werkt, raakt het systeem uit balans. Het resultaat is veel te veel insuline. En uiteindelijk, als je bijnieren sterker zijn dan je alvleesklier, kan dit leiden tot diabetes. Als je alvleesklier sterker is, dan kun je chronische vermoeidheid krijgen, een verlaagde lichaamstemperatuur en een lage bloedsuikerspiegel.

Volgens Jean-Pierre Despres, PhD, hoogleraar in de geneeskunde en Lichamelijke Opvoeding en directeur van het Lipid Research Center van de Laval Universiteit in Quebec Ziekenhuis, "is lichamelijke inspanning waarschijnlijk het beste medicijn op de markt om het insulineresistentie-syndroom te behandelen." Dr. Despres bespreekt resistentie voor insuline in de American Diabetes Association homepage. "Onze studies tonen aan dat matige, langdurige inspanning insulineniveaus aanzienlijk zal verlagen," zegt Dr. Despres.

Het gaat dus om de insuline-cortisolbalans. Lage bloeddruk wordt over het algemeen gezien als een symptoom van bijnieruitputting. Hoge bloeddruk wordt geassocieerd met een trage schildklier. De Amerikaanse endocrinoloog Broda Barnes ontdekte iets interessants gedurende de veertig jaar dat hij mensen behandelde met dierlijk schildklierhormoon vanaf de jaren 1950. Terwijl bij de Amerikaanse bevolking het ziekte- en sterftecijfer als gevolg van hart- en vaatziekte alleen maar toenam, had hij gedurende die tijd slechts vier hartpatiënten onder zijn klantenkring. En dat waren vier mensen die zijn protocol niet honderd procent hadden gevolgd. Het interessante hieraan was dat Barnes nauwelijks adviezen gaf aan zijn patiënten over hun voeding of leefstijl. Dit maakte zijn patiëntenbestand een brede afspiegeling van een samenleving waarin hart- en vaatziekten steeds vaker voorkwamen, maar zijn patiënten het tegendeel lieten zien. Hetzelfde met andere chronische ziektes, zoals diabetes en kanker.

Hoewel Barnes zich voornamelijk richtte op de schildklier, is het minstens zo belangrijk om naar de bijnieren te kijken. Barnes merkte dat hij met natuurlijke schildklierhormonen in de juiste doses in veel gevallen ook bijnierproblemen kon oplossen. Het zou kunnen dat de schildklierproblematiek die Barnes behandelde met natuurlijk schildklierhormoon afkomstig was van bijnieruitputting. Het samenspel tussen de organen is circulair en het is onmogelijk om te zeggen waar de cirkel begint of eindigt.

Omdat de bijnieren een belangrijke functie vervullen in het in evenwicht houden van het immuunsysteem is het duidelijk dat auto-immuunziektes ook te maken hebben met bijnieruitputting. We hebben hier te maken met constante ontstekingsprocessen. Cortisol houdt het immuunsysteem in evenwicht, maar als er bijnieruitputting optreedt, zal het immuunsysteem er alles aan doen om zich zo snel mogelijk van lichaamsvreemde substanties te ontdoen. Als dit een dagelijkse bezigheid is, kost dat ontzettend veel energie en zal er een vicieuze cirkel optreden met steeds verdere verzwakking van het immuunsysteem. Bijnieruitputting is het gevolg van een te laag cortisolgehalte. Aangezien cortisol het ontstekingsvermogen remt en daartoe in het geval van bijnieruitputting onvoldoende in staat is, gaat je lichaam ongeremd ontsteken om zich te ontdoen van ongenode gasten. Naast de juiste natuurlijke hormoontherapie kan het eten van vetten helpen, verzadigde vetten.

Bijnieruitputting brengt vaak magnesiumtekort met zich mee, evenals B12-, zink- en ijzertekort.
B12 zit uitsluitend in een voor de mens opneembare variant in dierlijke voeding. Maar het eten van dierlijke producten is geen garantie. Alles staat of valt bij de spijsverterings- en opnamecapaciteit. Hiervoor zijn voldoende spijsverteringssappen en –enzymen noodzakelijk en dus gezond functionerende organen. Weston Price kwam door zijn studies van primitieve volkeren tot de conclusie dat het menselijke lichaam van zichzelf leent om de belangrijke organen te voorzien van de juiste hoeveelheid mineralen en sporenelementen als het voedingstekorten heeft. Het lichaam offert voor het voeden van de organen dan botten en gebit op, en ook haren en nagels. Price kwam tot de conclusie dat mineralen van levensbelang zijn en dat deze in de voeding moeten voorkomen. Een tweede belangrijke conclusie van Price was dat de mineralen niet voldoende opneembaar zijn voor het lichaam zonder voldoende vetoplosbare vitamines (A, D, E en K) die voornamelijk voorkomen in verzadigd, dierlijk vet. Price concludeerde dat primitieve volkeren minstens tien keer zoveel vetoplosbare vitamines en vier keer zoveel wateroplosbare vitamines consumeerden dan de gemiddelde Amerikaan van zijn tijd.

Rode bloedlichaampjes dragen zorg voor het ijzergehalte en zuurstoftransport van het bloed. Het beenmerg maakt deze rode bloedlichaampjes aan, maar alleen als er voldoende vitamine B12 voorradig is. De lever heeft een opslagcapaciteit voor B12. Als er een ongunstige omgeving wordt geschapen voor die bacteriën die verantwoordelijk zijn voor de opname van vitamine B12 uit voeding kan de situatie ontstaan dat B12 niet of nauwelijks opgenomen wordt. Een tekort aan rode bloedlichaampjes noemen we bloedarmoede. Dit leidt tot een teveel aan witte bloedlichaampjes, wat weer wijst op ontstekingsprocessen. Deze witte bloedlichaampjes worden aangestuurd door de bijnieren.

Wie zijn bijnieren uitput, put zichzelf uit. Je raakt in een vicieuze cirkel waarbij de schildklier geen andere keuze heeft dan ook langzamer te gaan draaien om zo energie te sparen. Bijnieruitputting maakt je dus ontstekingsgevoelig. Dit is niet vreemd als je weet dat het bijnierhormoon cortisol een ontstekingsremmende werking heeft. Het is namelijk een van de taken van cortisol om het immuunsysteem af te remmen waar nodig. De schildklier is de thermostaat van je lichaam. De schildklier verhoogt de lichaamstemperatuur om ontstekingsreacties, zweten of zelfs koorts te ontwikkelen als het nodig is. Door middel van hitte ontdoet het lichaam zich van ongewenste organismes zoals bacteriën, virussen, schimmels en parasieten of van gifstoffen. Het is de taak van de bijnieren om dit ontstekingsproces in toom te houden door middel van cortisol. Heb je echter bijnieruitputting en is je cortisol te laag, dan zijn constante ontstekingsprocessen ontstaan. Naast een gebrekkige spijsvertering is dit een belangrijke oorzaak van allergische reacties.

De medische wetenschap erkent aan de ene kant bijnieruitputting niet, maar is wel op de hoogte van de ontstekingsremmende werking van cortisol. Antibiotica, hormoonzalfjes, injecties, puffs en inhalators zijn allemaal op basis van corticosteroïden. Dit zijn synthetische nabootsingen van cortisol, de natuurlijke corticosteroïde van de bijnieren. Ze zijn een echt paardenmiddel omdat ze een stimulerend effect hebben, waarbij het immuunsysteem tijdelijk afgeremd wordt en klachten lijken te verdwijnen. Het mag duidelijk zijn dat synthetische nabootsingen van cortisol de nodige bijwerkingen met zich meebrengen. Een van de belangrijkste is stress door overstimulering. Waarom dan niet gewoon natuurlijke cortisol gebruiken?

Hetzelfde is gebeurd met thyroxine, een schildklierhormoon dat beter bekend staat als T4. Eerst werd er een synthetische variant gemaakt en vervolgens werden natuurlijke, dierlijke varianten weggezet als ‘onbetrouwbaar’. Artsen krijgen dit in hun opleiding mee en verkondigen deze aangeleerde propaganda vervolgens kritiekloos naar hun patiënten. Zie de klinkende uitspraak van Janie Bowthorpe in haar boek Stop the Thyroid Madness: 'Gezien door de ogen van schildklierpatiënten zijn doktoren visieloze, alles over een kam scherende, pillenvoorschrijvende, medische beroepszombies geworden'.

Jeffrey Dach, MD, oprichter van de TrueMedMD kliniek in Hollywood, Florida, heeft onlangs nog een briljant artikel geschreven met de titel 'Waarom natuurlijk schildkliermedicijn beter is dan synthetisch' op OpEdNews. Patiënten kunnen het alleen maar gloeiend met hem eens zijn als Dach zegt: "Deze onzin doet echt mijn bloed koken en mijn ogen uit mijn hoofd schieten" als antwoord op artikelen op medische websites die nog steeds beweren dat synthetisch T4 een betere behandeling is dan natuurlijk gedroogd schildkliermedicijn.

Verzadigde vetten zijn van groot belang voor de organen, het zenuwstelsel en de lichaamscellen. De vetoplosbare vitamines spelen hier een grote rol in, vooral vitamine A. Een van de grootste verbruikers van vitamine A is de schildklier. Vitamine A gaat samen met vitamine D in een ideale verhouding van 10 tot 1. Laat levertraan nu net de juiste verhouding vitamine A tot D bevatten en daarnaast de  omega-3 vetzuren EPA en DHA. Orgaanvlees zoals lever, hart en nieren, eieren en rauwe melk zijn allemaal belangrijke bronnen van vitamine A en D.

Vitamine D vind je niet alleen in voedsel, maar ook in zonlicht. Zonlicht is helend voor de bijnieren. Bij bijnieruitputting speelt vaak een overgevoeligheid voor licht en warmte. Een andere oorzaak van overgevoeligheid voor de zon zijn de zwaar bewerkte meervoudig onverzadigde plantaardige vetten als zonnebloemolie en maïsolie waarin we bakken en braden en de plantaardige margarines en halvarines, vol geharde vetten (transvetten). De wanden van onze cellen, ook onze huidcellen, bestaan voor de helft uit verzadigd vet. Verzadigd vet verstevigt deze celmembranen en dat wat voor bakvet en boter moet doorgaan doet het tegenovergestelde, waardoor we gevoeliger worden voor de zon.
Het is beter om zonlicht niet te mijden, maar je blootstelling eraan langzaam op te bouwen. Ook heb je cholesterol nodig om het zonlicht om te zetten in vitamine D. Eieren zijn een uitstekende bron van vitamine A en D en cholesterol. Vitamine D is geen vitamine, maar een hormoon.

Bijnieruitputting verstoort onder andere de leverfunctie en vertraagt de stofwisseling. Naarmate de lever verzwakt, vermindert bijvoorbeeld de capaciteit van de lever om het schildklierhormoon T4 om te zetten in het voor de cellen actieve T3. Het wordt noodzakelijk voor het lichaam om voedingsstoffen, vooral mineralen en glucose, aan andere delen van het lichaam te onttrekken om de organen te blijven voeden. Behalve botten en het gebit worden hiervoor ook nagels en haren gebruikt. Ook wordt de doorbloeding gebrekkiger waardoor er te weinig voedingsstoffen naar deze lichaamsdelen gaan. De verterings- en opnamecapaciteit vermindert, waardoor er tekorten aan belangrijke mineralen voor de haren en nagels ontstaan, zoals zink en silicium. Gebroken en gescheurde nagels en haaruitval kunnen het gevolg zijn. Gewrichtsklachten hebben veel te maken met gebrekkige eiwitvertering. De zwaardere eiwitten in dierlijke, maar ook in plantaardige voeding kunnen veel problemen veroorzaken. Zij blijven in het bloed en worden door het lichaam gedeponeerd in de gewrichten, ontstekingsreacties volgen en de gewrichten worden vervormd doordat kraakbeen verdwijnt. De bekendste vormen van gewrichtsaandoeningen zijn reuma, jicht en artritis. Als we botklachten ook meetellen kun je denken aan osteoporose en zelfs gebitsklachten. Ons skelet en gebit hebben mineralen en vet nodig. Belangrijk zijn fosfor, magnesium, zink en silicium (kiezelzuur). En dit alles zou niet gebeuren als het ontstekingsremmende cortisol voldoende in het bloed aanwezig was.

Een symptoom van bijnieruitputting kan een gebrek aan hongergevoel zijn, vooral als er continu gegrepen wordt naar stimulerende middelen zoals koffie, suiker, alcohol, drugs of medicatie. Zulke middelen wekken vermoeidheid, passiviteit en depressie in de hand. Gebrek aan zonlicht en aan vitamine D vormen een extra belasting voor de bijnieren. Daarnaast veroorzaakt cholesterolarme en vetarme voeding een tekort aan gezonde hersenvoeding, waarbij vooral het hormoon serotonine het onderspit delft.

Je lichaamstemperatuur is de graadmeter van je gezondheid. Broda Barnes onderzocht diverse manieren waarop hij trage schildklierwerking zo precies mogelijk kon vaststellen. Hij kwam uit bij: simpelweg een thermometer onder de oksel, ’s ochtends vroeg direct na het wakker worden. De ideale ochtendtemperatuur moet tussen de 36,5 en 36,8 graden Celcius zijn. Dit is de eindwaarde, er hoeft niets bij opgeteld te worden.

Volgens Prof. Jean-Pierre Depress is beweging in de vorm van sport misschien wel de beste manier om weerstand tegen insuline te behandelen. Hij beargumenteert dit op de homepage van de Amerikaanse diabetes association. Dr Barry Durrant-Peatfield wijst erop dat beweging ontzettend belangrijk is voor de schildklier. Dit om de “bloodflow through the endocrine glands” te stimuleren. De meeste schildklierpatiënten voelen zich ook direct beter na inspanning. Ook wijst hij erop dat geraffineerde koolhydraten een groot probleem zijn voor de schildklier en niet het vetgebruik. Hij adviseert om tussen de 40 en 60 gram koolhydraten per dag te gebruiken. Hij noemt als belangrijkste vitamines en mineralen vitamine A en D, selenium en zink. Dr. Ray Peat, een andere Amerikaanse arts, zegt dat de hypothyreoïdie-epidemie wordt veroorzaakt door het hoge linolzuurgebruik van de moderne mens. Linolzuur kan gemakkelijk oxideren en werkt daardoor schildklierremmend. Hij houdt een pleidooi voor kokosolie dat zo verzadigd en dus stabiel is, dat het niet kan oxideren.

Volg een gezond, op natuurlijke voedingsmiddelen gebaseerd, dieet dat rijk is aan voedingsstoffen, ter aanvulling van een behandeling voor een betere schildklierfunctie. Eet zeewier, zeevis, eieren. Vermijd rauwe kool, rapen, koolrabi, pinda's en mosterd (deze voedingsmiddelen remmen de opname van jodium). Eet voedingsmiddelen die veel B-vitamines en seleen bevatten zoals boekweit, orgaanvlees, peulvruchten, linzen, levertraan, noten, avocado's en eieren. Overweeg het gebruik van voedingssupplementen met de voornaamste vitamines plus calcium, magnesium, seleen en zink. Vitamine A (niet caroteen) in combinatie met eiwitten is essentieel voor de omzetting van T4 naar T3, net als magnesium, seleen en zink. Wie geen of nauwelijks schildklierfunctie heeft, kan geen vitamine B12 absorberen. Als een dergelijke deficiëntie ernstige vormen aanneemt kan dit geestesziekten, neurologische afwijkingen, neuralgie, neuritis en bursitis tot gevolg hebben.

Algemene tips:
Ontbijt altijd vóór 10 uur 's ochtends. Laat nooit meer dan 3 uur verstrijken tussen maaltijden, liefst 2 uur. Eet kleine hoeveelheden gedurende de dag. Liever 5 of 6 eetmomenten op de dag dan 3 keer per dag grote hoeveelheden. Vooral vetten, dan eiwitten en als laatste koolhydraten. Het is goed om je verzadigde vetconsumptie op te voeren: vet ondersteunt de spijsvertering van zowel eiwitten als koolhydraten. Je kunt onbeperkt verzadigde vetten eten. Je moet zelf bepalen op basis van je spijsvertering welke hoeveelheden goed bij je vallen. Kijk uit met koolhydraten! Van teveel word je suf. Van te weinig word je stressy. Dr Ridha Arem vindt dat snelle koolhydraten zoals suiker, lactose, fructose vermeden dienen te worden. Eet wel complexe koolhydraten. Bouw rustmomenten in (lezen, wandelen).

 

Josine Thomassen

Bronnen:
- vegatherapeut.googlepages.com/scriptiehypothyreoidie-EllenvanKoote.pdf -
- bijnieruitputting Mike Donkers mello_music@yahoo.com
- Hypothyroidism the Unsuspected Illness, by Broda Barnes MD
review by Jeffrey Dach MD Posted Feb 10 2009 www.
wellsphere.com
- Natural Treatment of Low Thyroid by Jeffrey Dach
- http://www.diabetes.org/ada/amsat1.asp .
- www.westonprice.nl
- Your Thyroid and how to keep it healthy, Dr Barry Durrant-Peatfield.
Second edition of: The Great Thyroid Scandal and How to Survive it.
- The Thyroid Solution, Ridha Arem, M.D.
- STOP THE THYROID MADNESS: A Patient Revo­lu­tion Against Deca­des of Infe­rior Thy­roid          Treatment Janie A. Bowthorpe, M.Ed
- 'Tears Behind Closed Doors' van Diana Holmes
- "Your guide to metabolic health"
door Dr. Gina Honeyman-Lowe en Dr. John C. Lowe

Back to top

De relatie tussen roken en de schildklier
Josine Thomassen

Wanneer de schildklier niet snel genoeg werkt kan dit zorgen voor veranderingen in het stemgeluid. Dit is ongetwijfeld één van de klachten die niet in verband wordt gebracht met een te traag werkende schildklier. Mensen die roken krijgen vaak een wat zwaardere of krakerige stem na verloop van tijd. Dit effect ontstaat ook bij een te langzaam werkende schildklier.
Roken verhoogt de kans op schildklierstoornissen. Er is een relatie tussen nicotine en de werking van de schildklier. Roken blokkeert de opname van jodium door de schildklier en verhindert de goede werking ervan. Rokers lopen een verhoogd risico op hypothyroïdie, maar ook op hyperthyroïdie. Roken beschadigt de schildklier en dat kan tot schildkliervergroting leiden. Medische onderzoekers hebben ontdekt dat roken hypothyreoïdie kan verergeren bij mensen die het al hebben, en dat roken ernstige gevolgen kan hebben voor de schildklierfunctie.
Wat is precies de relatie tussen roken en schildklierziekten? Is roken slechter als je een schildklierziekte hebt? Is het toevallig dat je soms de diagnose hypothyreoïdie krijgt kort nadat je gestopt bent met roken?

We weten allemaal dat roken slecht is, maar er zijn maar weinig mensen die zich realiseren dat er significante relaties zijn tussen roken en de ontwikkeling of verergering van verschillende schildklierkwalen, waaronder hypothyroidie, de ziekte van Graves en de bijbehorende oogziekte. Onderzoeken tonen aan dat rokers eerder een vergrote schildklier hebben, een mogelijke aanwijzing voor een schildklierziekte. Hoe langer en hoe meer je rookt, hoe groter het risico op een schildklierziekte. Roken vergroot het risico op de ziekte van Graves, vooral bij mensen met een autoimmune schildklierziekte. Rokers zijn slechter af bij een oogziekte dan niet-rokers. De behandeling hiervan is vier keer effectiever bij niet-rokers dan bij rokers.
Een onderzoek (2) stelt dat roken het risico van hypothyreoïdie bij patiënten met een thyroïditis van Hashimoto kan verhogen. Een ander artikel (3) meldt dat roken wordt geassocieerd met zoveel verschillende afwijkingen van de schildklier dat het onwaarschijnlijk is dat het slechts een enkel effect betreft. De onderzoeksresultaten geven echter niet aan dat roken hypothyreoïdie veróórzaakt, alleen dat het de ernst en de gevolgen van hypothyreoïdie verergert. Bij vrouwen met hypothyreoïdie vermindert roken zowel de kwantiteit van de schildkliersecretie als de kwaliteit van de schildklierhormoonactie. Volgens een artikel in het Journal of the American Medical Association (27 januari 1993) ontwikkelen rokers twee keer zo vaak als niet-rokers de ziekte van Graves. Er zijn meer rokers dan men zou verwachten bij deze groep. Roken verergert ook de oogproblemen bij mensen met de ziekte van Graves.

Hoe beïnvloedt roken de schildklier? Tabaksrook bevat veel stoffen die een negatieve invloed hebben op de functie van de schildklier, bijvoorbeeld door daling van de binding van triiodothyronine (T3) aan zijn receptoren of post-receptor acties in de lever, spieren of andere organen, of beide. Onder invloed van nicotine kan de schildklier sneller of langzamer gaan werken. Een andere component van tabaksrook is cyanide, dat wordt omgezet in thiocyanaat (1). Deze stof werkt de schildklier tegen door jodiumopname en hormoonsynthese af te remmen. Een veelgehoorde klacht van mensen die stoppen met roken is dat ze naderhand in recordtijd kilo's aankomen. Hun stofwisseling lijkt op een lager pitje te zijn gaan draaien. Boosdoener is het zware metaal cadmium dat in ruime mate aanwezig is in sigarettenrook. Dit neemt in het lichaam de plaats in van zink, dat het schildklierhormoon (thyroxinereceptor) aan de genen zou moeten binden. Door de verlaagde aanhechtingscapaciteit van de thyroxinereceptor worden de genen in mindere mate gestimuleerd tot thyroxineproductie, ofwel de hoeveelheid schildklierhormoon in het bloed gaat omlaag. Veel rokers leiden hierdoor aan hypothyreodie, waarvan de symptomen zich pas na lange tijd en vooral op het moment van stoppen met roken manifesteren. Dit komt doordat naast cadmium in sigaretten ook stoffen zitten die de stofwisseling juist stimuleren, zodoende wordt de door cadmium veroorzaakte hypothyreoïdie zolang men nog rookt niet zichtbaar. Ook bij de auto-immuunziekte van Hashimoto (hypothyreodie) lijkt cadmium betrokken te zijn. Het cadmium, dat de plaats inneemt van zink, zorgt voor fouten in de genetische codering van eiwitten en dus ook van de voorloper van het schildklierhormoon. Hierdoor ontstaan eiwitten die als lichaamsvreemd worden beschouwd en dus worden aangevallen met schade en dysfunctioneren van het omliggende weefsel (schildklier) als gevolg.
Mary Shomon denkt dat roken kunstmatig een sneller metabolisme creëert dat de vermoeidheid van de hypothyreïdie maskeert. Als de roker stopt, worden alle effecten van hypothyroidie op het metabolisme en de schildklier voelbaar. En, voor rokers met een niet gediagnosticeerde schildklierdisfunctie, zonder de juiste schildklierhormoonbehandeling, lijkt stoppen een dubbel probleem. Wanneer ze de eetlustremmer van de sigaret verliezen, ervaren ze én de volledige effecten van de hypothyreoïdie én gewichtstoename.

Tot slot nog dit: roken tast de doeltreffendheid aan van de behandelingen tegen schildklierziekten. Als je een schildklierziekte hebt, zou je nu moeten stoppen met roken! Roken kan, en zal vaak, je bestaande schildklierprobleem verergeren, en als je de ziekte van Graves of een daarmee verwante oogziekte hebt, moet je absoluut stoppen met roken om verergering van je oogproblemen te voorkomen.

Bronnen:
Cigarette Smoking and Thyroid Disease The Relationship Between Smoking and Thyroid Disease By Mary Shomon, About.com Guide Latest Update: May 22, 2011 About.com Health's Disease and Condition content is reviewed by our Medical Review Board
1. (Impact of Smoking and Thiocyanate on Perchlorate and Thyroid Hormone Associations in the 2001–2002 National Health and Nutrition Examination Survey. Craig Steinmaus, Mark D. Miller, Robert Howd) The results of this study suggest that thiocyanate and smoking can have marked impacts on the association between perchlorate, iodine uptake in the thyroid, and the production of T4. The results also provide an example of how an environmental chemical exposure could potentially interact with nutritional and lifestyle factors, including smoking, iodine sufficiency, and thiocyanate intake, to affect an important health outcome.
2. (Journal of Endocrinology Investigation1996 Oct;19(9):607-612, "Relationship between cigarette smoking and hypothyroidism in patients with Hashimoto's thyroiditis").
3. "Cigarette Smoking and the Thyroid," The New England Journal of Medicine -- October 12, 1995 --  Volume 333, Number 15,

Ook te raadplegen:
- Bertelsen JB, Hegedus L. 1994. Cigarette smoking and the thyroid Thyroid 4:327–331.
- Hegedus L, Karstrup S, Veiergang D, Jacobsen B, Skovsted L, Feldt-Rasmussen U. 1985. High frequency of goitre in cigarette smokers Clin Endocrinol (Oxf)   22:287–292.
- Muller B, Zulewski H, Huber P, Ratcliffe JG, Staub JJ. 1995. Impaired action of thyroid hormone associated with smoking in women with hypothyroidism
- N Engl J Med 333:964–969. - Sepkovic DW, Haley NJ, Wynder EL. 1984. Thyroid activity in cigarette smokers Arch Intern Med 144:501–503.

Back to top

 

Het 'steentijddieet' en de schildklier
Josine Thomassen

De mens heeft zich ontzettend snel geëvolueerd van rondtrekkende jager-verzamelaars tot de moderne mens die we nu zijn. Wat ook geëvolueerd is, is ons voedingspatroon.
De oermens at voornamelijk zaken die hij onderweg tegenkwam: mager vlees (de bio-industrie bestond nog niet, dus vet gemeste dieren ook niet!), vis, fruit, wilde groenten en noten.
Voedsel zoals brood, pasta en zuivel (melk, kaas) kwam pas veel later, toen de mens zich op vaste plekken ging vestigen en de eerste boerderijen ontstonden.

In het vrouwenblad Margriet van 2 augustus 2013 stond een artikel over het steentijddieet en de gunstige effecten daarvan voor schildklier patiënte Mirte.
Het elimineren van voedingsmiddelen zoals tarwe en melk heeft vaak een gunstige invloed op het verloop van auto-immuunziekten. Prof. Dr. Bruce Wolffenbuttel, internist-endocrinoloog en secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Endocrinologie: 'Ik kan niet namens mijn beroepsvereniging spreken, maar wil wel zeggen dat de interactie tussen genetische aanleg, de bacterieflora in de darm en het effect van bepaalde voedingsmiddelen op het immuunsysteem buitengewoon serieus wordt genomen. Mensen met bepaalde auto-immuunziekten hebben vaak een andere darmflora en een hogere darmdoorlaatbaarheid dan gezonde mensen. Bepaalde voedingsbestanddelen, zoals gluten en melkeiwit, kunnen daar invloed op hebben. Ik kan me dus goed voorstellen dat er mensen zijn met Graves of Hashimoto die baat hebben bij bepaalde voedingsinterventies.'

Professor Cordain* van de Colorado State University in de Verenigde Staten argumenteert dat zuivel geen noodzakelijk onderdeel van ons dieet is.
Volgens hem is 65% van de bevolking lactose-intolerant en is de mens pas relatief recent zoogdieren-melk beginnen te drinken. Onze verre voorvaderen aten groenten, fruit, noten, zaden, eieren, vlees en vis. In ons DNA is dus al miljoenen jaren vastgelegd dat dit goede producten voor ons zijn. Ons DNA lijkt nog precies op dat van onze prehistorische voorouders.
Daarom is hun menu nog altijd het gezondst voor ons. De moderne mens eet vooral te veel koolhydraten, stellen voorstanders van oervoeding. Dat leidt tot obesitas en ziekten.

'We beginnen steeds beter te begrijpen hoe met name stofjes in tarwe en melk het immuunsysteem van bepaalde mensen op het verkeerde been zetten' zegt professor Loren Cordain.
Hij geldt wereldwijd als expert op het gebied van evolutiegeneeskunde. Hij toonde aan dat het elimineren van voedingsmiddelen die we pas sinds het ontstaan van de landbouw eten vaak een gunstige invloed heeft op reuma en MS, ook auto-immuunziekten.
Het is vrijwel zeker dat auto-immune schildklierziekten geen uitzondering zijn.
Het volgen van een steentijddieet is volstrekt risicoloos. Cordain zegt dat de wetenschap achter het oerdieet ondersteund wordt door evolutie via natuurlijke selectie. Ons leefmilieu is veel sneller veranderd dan dat onze genen zich hebben kunnen aanpassen.
'We zijn als mens gebouwd en best aangepast aan een leven buiten in de natuur, waar we veel energie moesten stoppen in het vinden van voedsel dat ons terug energie moest leveren' zo zegt hij.
In onze moderne wereld is die link echter gebroken, wat maakt dat we in de woorden van de professor 'oermensen zijn in het ruimtetijdperk'.

Je bent wat je eet.
Zeker is dat onze voorouders jagers-verzamelaars waren in Oost-Afrika. We leven langer dan in de oertijd. Dat komt doordat we schoon drinkwater hebben, er zijn geen hongersnoden meer en we hebben belangrijke infectieziekten weten te bedwingen. Maar we worden niet gezond oud.
Meer dan de helft van de Nederlanders is te dik en zo'n 12 procent heeft obesitas.

Het InnovatieNetwerk, een denktank van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, heeft het project Oerdis opgezet. Archeologen, antropologen en diëtisten verzamelen daarin aanwijzingen over hoe de oervoeding er precies uitzag.
Doel is te komen tot een 'oerschijf van vijf'. Eigenlijk een Schijf van Drie, want de delen 'granen en aardappelen' en 'zuivel' vervallen grotendeels.
Onlangs heeft het InnovatieNetwerk samen met het Openluchtmuseum het boekje Oerdis gepubliceerd, met toelichting en recepten.

Oervoeding heeft een gunstig effect op de gezondheid.
Onderzoekers in Zweden en de V.S.** zagen positieve effecten op bloeddruk, gewicht, vetmassa, buikomvang, bloedsuikerwaarde, bloedvetten zoals cholesterol en ontstekingswaarden.
Hoe het werkt?
Oervoeding bevat weinig snelle suikers. Verder bevat oervoeding meer omega 3-vetzuren dan moderne voeding. Daarin overheersen juist de omega 6-vetzuren. Daarnaast is het zoutgehalte aanzienlijk lager, zodat de bloeddruk daalt. En oervoeding bevat veel meer vitamines per ingenomen calorie.

Die officiële normen gaan de laatste tijd wel omhoog. Zo heeft de Gezondheidsraad eind vorig jaar de aanbevelingen voor vitamine D voor veel groepen maar liefst verdubbeld.
Ook de norm voor omega 3-visolievetzuren is in 2006 flink verhoogd. De Gezondheidsraad adviseert nu 450 mg omega 3-vetzuren per dag in plaats van 200 mg.
De meesten van ons halen dit niet eens bij benadering. Zo kregen Nederlandse vrouwen in 2003 gemiddeld slechts 84 mg omega 3-visolievetzuren per dag binnen.

Er is ook bijna niemand die dagelijks twee stuks fruit en twee ons groenten (zeven eetlepels) eet, de bekende hoeveelheden die het Voedingscentrum adviseert.
Slechts 4 procent van de Nederlanders slaagt hierin, zo toonden Wageningse voedingswetenschappers onlangs aan. Wie kiest voor oervoeding redt dit gemakkelijk.
Groenten en fruit zijn namelijk al onderdeel van het ontbijt en de lunch. Het grootste probleem blijft natuurlijk: het weerstaan van al die verleidingen waarvan de oermens geen weet had.

Cordain: 'Er zijn nu al vijf klinische onderzoeken die hebben aangetoond dat dit dieet een krachtig middel is om je gezondheid en welzijn te bevorderen'.
Het boek van Kris Verburgh, arts en onderzoeker, biedt ook een alternatief voor de verouderde schijf van vijf. Het heet: De voedselzandloper.

Bronnen:

* Loren Cordain heeft heel veel gepubliceerd, o.a:

Cordain, Loren (2002). The Paleo Diet: Lose Weight and Get Healthy by Eating the Food You Were Designed to Eat. New York: Wiley. ISBN 0-471-26755-4

Cordain, Loren & Friel, Joe (2005). The Paleo Diet for Athletes: A Nutritional Formula for Peak Athletic Performance. Rodale Books. ISBN 1-59486-089-0.

Cordain, Loren. "The Science of Healthy Eating". The Paleo Diet. Retrieved January 19, 2008. Carrera-Bastos P, Fontes Villalba M, O'Keefe JH, Lindeberg S, Cordain L. The western diet and lifestyle and diseases of civilization. Res Rep Clin Cardiol 2011; 2: 215-235.

Melnik BC, Schmitz G, John SM, Carrera-Bastos P, Lindeberg S, Cordain L. Metabolic effects of milk protein intake strongly depend on pre-existing metabolic and exercise status. Nutr Metab (Lond). 2013 press, 2013;10:60

** Dr. Lynda Frassetto, professor geneeskunde aan de universiteit van Californië in San Francisco heeft onderzoek gedaan naar het paleo-dieet.

Frassetto, L A; Schloetter, M; Mietus-Synder, M; Morris, R C; Sebastian, A (2009). "Metabolic and physiologic improvements from consuming a paleolithic, hunter-gatherer type diet". European Journal of Clinical Nutrition 63 (8): 947–955.

Cholesterol- en insulinewaardes verbeterden. In tien dagen tijd zorgde een oerdieet voor een toename van de insulinegevoeligheid, de bloeddruk daalde, net als het gehalte aan slechte cholesterol en triglyceriden, die voorkomen in vetten en oliën.

Palaeolithic diet (''stone age'' diet) Staffan Lindeberg Department of Clinical Sciences, Lund University, Lund, Sweden, has been studying health effects of the original human diet for many years. In earlier studies his research team have noted a remarkable absence of cardiovascular disease and diabetes among the traditional population of Kitava, Trobriand Islands, Papua New Guinea, where modern agrarian-based food is unavailable.

Lindeberg, Staffan; Cordain, Loren; Eaton, S. Boyd (September 2003). "Biological and Clinical Potential of a Palaeolithic Diet". Journal of Nutritional and Environmental Medicine 13 (3): 149–60.

Lindeberg, Staffan (June 2005). "Palaeolithic diet ('stone age' diet)". Scandinavian Journal of Food & Nutrition 49 (2): 75–7.

Lindeberg, Staffan. Paleolithic Diet in Medical Nutrition. Retrieved January 19, 2008.

Effects of a short-term intervention with a paleolithic diet in healthy volunteers M Österdahl, T Kocturk, A Koochek and P E Wändell European Journal of Clinical Nutrition (2008) 62, 682–685; doi:10.1038/sj.ejcn.1602790; published online 16 May 2007 Department of Neurobiology, Center for Family and Community Medicine, Care Sciences and Society, Karolinska Institutet, Huddinge, Sweden

Metabolic effects of milk protein intake strongly depend on pre-existing metabolic and exercise status Melnik BC, Schmitz G, John SM, Carrera-Bastos P, Lindeberg S and Cordain L Nutrition & Metabolism 2013, 10:60 (2 October 2013)

Back to top